Rekentool
Reken zelf uit wat je energielabel is
Het is mogelijk om zelf alvast je energielabel te checken met onze online-tool.
De parameters die ingevuld kunnen worden om zelf je label te berekenen worden per categorie aangegeven.
Deze berekening is een indicatie en alleen bedoeld als check om een idee te krijgen wat je label zou kunnen zijn en laat ook zien welke parameters meetellen.
Rekentool energielabel zelf uitrekenen
Met deze online-tool is het mogelijk om alvast zelf een label uit te rekenen. Vul alle gegevens zo goed mogelijk in om direct te zien wat je energie label zou kunnen zijn en op welk punt je het energielabel hoger kan maken. Het is direct zichtbaar wat jouw resultaten zijn zodra je alles ingevuld hebt, invullen van contact- of persoonsgegevens is niet nodig.
Tip: kijk ook eens wat er gebeurt als je een verbetering zou aanbrengen aan je huis en wat dit zou kunnen doen met je energielabel!
Let er wel even op dat je alle gegevens invult, anders krijg je geen uitslag.
Toelichting op de berekeningen
Er zijn een aantal factoren die het label beïnvloeden. Om een goed beeld te krijgen, is het handig om de juiste gegevens in te vullen. Met onderstaande informatie zou het hopelijk wat duidelijker zijn.
We zijn dankbaar deze tool te mogen gebruiken welke verstrekt is door DuraCheck, mochten er toch onverhoopt problemen optreden dan horen we dit graag zodat we dit kunnen oplossen.
Als er geen gegevens meer beschikbaar zijn, zoals tekeningen of gegevens van de aannemer die het huis gebouwd heeft, is er op de website van het Kadaster te zien in welk jaar de woning opgeleverd is. Dit wordt ook wel de BAG Viewer genoemd en staat voor Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Zoek zelf op ‘bagviewer’ of gebruik deze link om naar de website van het Kadaster te gaan.
Het energieverlies van een woning wordt bepaald door van alle gevels uit te rekenen waar de woning energie verliest. Als je muur grenst aan een naastliggende woning, gaat de berekening ervan uit dat de buren hun huis (ook) verwarmen. Theoretisch verliest een woning dus geen warmte via de buren, wat weer gunstig is voor je energielabel.
Over het algemeen geldt: hoe groter de woning is, hoe hoger het energieverbruik. Deze waardes worden gebruikt om te berekenen hoe groot het energieverlies (kWh) per vierkante meter (m2) is. Uiteindelijk is het energieverlies per m2 de waarde waarmee het label bepaald wordt, aangegeven als kWh/m2.
Wanneer het type woning aangegeven wordt, zie je dat de compactheid van de woning aangepast wordt. Hoe compacter een woning gebouwd wordt, hoe minder het oppervlak van vloeren, muren en daken energie kunnen verliezen. Met de online-rekentool is lastig aan te geven hoe groot de gevels zijn omdat hiervoor alle maten opgenomen moeten worden, maar globaal is hiermee wel een inschatting te maken. Uiteindelijk heeft dit wel een grote invloed op de totale berekening, dus deze zal in de praktijk nauwkeurig bepaald worden door de energieadviseur volgens de vastgestelde normen zoals opgegeven in de ISSO 82.1
De rekentool kijkt naar de forfaitaire waarde van het ingevulde bouwjaar. Als er geen bewijs is, wordt er dus uitgegaan van het bouwjaar. Bij nageïsoleerde huizen zonder bewijs of aantonen van de dikte, zal een maximale waarde van Rc 2,5 aangehouden worden, ook als de bouwvoorschriften hoger zijn. Als je zelf isolatie hebt aangebracht kan het voor het energielabel een goed idee zijn een gaatje te boren om de isolatiedikte te kunnen meten. De regel is dat de inspecteur dit zelf moet kunnen vaststellen.
De rekentool kijkt naar de forfaitaire waarde van het ingevulde bouwjaar. Als er geen bewijs is, wordt er dus uitgegaan van het bouwjaar. Bij nageïsoleerde huizen zonder bewijs of aantonen van de dikte, zal een maximale waarde van Rc 2,5 aangehouden worden, ook als de bouwvoorschriften hoger zijn.
Als er een voorzetwand geplaatst is, is het belangrijk om de juiste isolatiedikte te kunnen bepalen tijdens de woning opname, anders mag deze niet worden gebruikt voor de berekeningen.
Als er geen gegevens beschikbaar zijn, zoals facturen of detailtekeningen van de woning, kan er vaak met een prikpen de isolatiedikte via een open stootvoeg bepaald worden. Als deze niet aanwezig zijn, kan er gekeken worden naar de totale dikte van de muur om te bepalen hoe dik de luchtspouw is, als deze
Net als bij dakisolatie kan er bij vloerisolatie een forfaitaire waarde toegekend worden op basis van de bouweisen van de woning. Als er nageïsoleerd is, wordt er vaak aangegeven wat de Rc waarde van de isolatie is. Bekende merken als Tonzon geven met een kwaliteitsverklaring aan wat deze Rc-waarde is. Als er geen gegevens (meer) aanwezig zijn, kan de dikte opgemeten worden door de inspecteur. Is de kruipruimte niet toegankelijk en is er geen bewijs aanwezig over de na-isolatie? Dan wordt er gerekend met het bouwjaar van de woning.
Net als voor een inspecteur zal de belangrijkste methode zijn om dit te bekijken. Enkel glas en triple glas is natuurlijk goed te herkennen, maar bij dubbel glas moet gekeken worden of het gewoon dubbel glas is, of dat het om HR, HR+ of HR++ glas gaat.
Een eerste controle is om een aansteker of (telefoon)lampje bij het glas te houden. Zie je dat één van de lichtjes een andere kleur heeft? Dan heb je minimaal te maken met HR glas. De codes die op de aluminium afstandhouders in het glas staan (meestal metaal of zwart gekleurde randen ‘in het glas’. Vaak is dit even zoeken en kan met deze codes uitgezocht worden om welk type het gaat.
Het belangrijkste verschil tussen HR-glas en dubbel-glas is een warmte werende coating die als tussenlaag aangebracht is. Je kan deze herkennen door een lampje of een aansteker bij het glas te houden. Je ziet dan 4 duidelijke weerkaatsingen van het licht. Als de 2e of 3e een andere kleur heeft, weet je dat er een warmtewerende coating aanwezig is. Ook zonder verder bewijs weet je nu zeker dat het om HR-glas gaat. Het aantonen van HR+ of HR++ glas kan alleen door aanwezige codes (of facturen met bewijs) bepaald worden. Er zit dan namelijk Argon tussen de ramen, wat beter isoleert dan gewoon lucht.
Bij het berekenen van het label wordt er gekeken naar de oorspronkelijke waarde- of dikte. Omdat het in de praktijk niet haalbaar is te achterhalen hoe goed de isolatiewaarde na verloop van tijd blijft, is er gekozen om hierin geen onderscheid te maken en gaat de berekening uit van herstel.
Nee, net als bij isolatie gaan de berekeningen uit van herstel. Er wordt vanuit gegaan dat er een nieuwe, vergelijkbare ruit geplaatst zal worden. Het type glas moet natuurlijk nog wel te controleren zijn.
De meeste woningen zijn in Nederland nog voorzien van een centrale verwarming, ook wel CV-ketel of HR-ketel genoemd. Een inspecteur zal kijken naar de type-plaatjes die op deze ketel zitten om te bepalen om welk type het gaat. Een verwarming is een belangrijk onderdeel van de energieberekeningen dus het is belangrijk om dit goed aan te kunnen tonen bij een inspectie. Bij een warmtepomp kan het zijn dat deze alleen voor verwarming wordt gebruikt en niet voor warm water, ook warmtapwater genoemd.
Veel huishoudens hebben een combi-ketel. Dat is een kachel die zowel het huis verwarmt, als het water opwarmt om o.a. te douchen. Toch zijn er ook redelijk vaak situaties waarbij een aparte elektrische boiler voor warm water zorgt. Deze moet dan apart ingevuld worden.
Bij een warmtepomp is het belangrijk om aan te tonen om welk type het gaat, zowel de binnen-unit als het buiten deel. Dit gaat dan om zowel de typeplaatjes als kwaliteitsverklaringen van de klant. Vaak heeft een warmtepomp met warmtapwater functie een grotere binnen-unit, waarin een opslagtank- of boiler zit. Zit er alleen een buitenunit op een bestaande cv-ketel aangesloten? Dan gaat het om een hybride ketel, waarbij de ketel het warmtapwater opwarmt en de buiten-unit voor de centrale verwarming zorgt.
De meeste oude huizen hebben natuurlijke ventilatie. Dat wil zeggen: je moet zelf een raampje of rooster openen om te ventileren. Nieuwere huizen hebben vaak een ventilatiebox, ook wel ‘mechanische afzuiging’ genoemd. Deze Duco of Zehnder ventilatiebox zorgt dat er altijd lucht afgezogen wordt om schimmelvorming te voorkomen. Bij de inspectie zal de inspecteur hier goed naar kijken, omdat er veel verschillende systemen bestaan. Als er zelfregelende ventilatieroosters zijn is dit beter voor het label. Nog beter is een WTW-systeem, ook wel balansventilatie genoemd, waarbij afgezogen lucht via een warmtewisselaar gaat en je minder warmte verliest.
In de rekentool kan je het aantal panelen invullen met daarbij een geschatte Wp vermogen. Dit vermogen is het belangrijkste voor de tool, maar de inspecteur zal straks willen weten om welk type het precies gaat, dit moet op een factuur staan of via een app (SolarEdge houdt dit vaak goed bij) of via de typeplaatjes van de panelen zelf. Belangrijk is te weten welk jaar ze geplaatst zijn, dit kan ook achteraf met luchtfoto’s bepaald worden.
Omdat zonnepanelen een groot aandeel op je label berekening hebben is het van belang hier goed naar te kijken.
De panelen moeten fysiek achter je eigen aansluiting van de meterkast zitten. Een postcoderoos verdeling telt dus niet mee. Bij een gedeeld pand kan het wel verdeeld worden over de woningen van datzelfde gebouw.
De online-rekentool geeft geen mogelijkheid om in te vullen hoe groot het systeem is. Bij het opnemen van de gegevens door de EP-W inspecteur is het wel belangrijk om een typenummer en datum van plaatsing te achterhalen. Veel huizen uit de periode van 2005-2015 hebben een zonneboiler, maar het kan lastig zijn om hier goede documentatie van te vinden. In de periode erna is er vaker gekozen voor zonnepanelen omdat dit makkelijker te verwerken is. Ook het gebruik van warmtepompen draagt hieraan mee.
Ja, een airco wordt ook gebruikt om het binnenklimaat te beïnvloeden en telt daarom ook mee. Net als bij een warmtepomp wordt er gekeken naar zowel de binnen- als de buitenunit. Bij de inspectie zal de inspecteur ook kijken naar de grootte van de ruimtes die gekoeld worden. In de rekentool is het niet praktisch haalbaar dit goed in te vullen. Deze online check kan dus anders uitvallen dan in de praktijk.
Omdat airco alleen de lucht verwarmt, wordt dit gezien als een minder efficiënte manier om je hele huis warm te krijgen. In de praktijk werkt het wel goed om bijvoorbeeld alleen je woonkamer hiermee te verwarmen, maar de berekeningen voor het label heeft de voorkeur voor verwarming via vloerverwarming of een radiator, omdat deze de warmte veel beter kan vasthouden.
Wil je dus een beter label hebben, laat dan minimaal één radiator per ruimte zitten wanneer je nog een combi-ketel hebt.
Sinds juli 2026 tellen thuisaccu’s ook mee als deze een vaste aansluiting hebben én je eigen zonnepanelen hebt. Een losse stekker-accu telt dus niet mee. Heb je voor juli 2026 een label laten berekenen? De invloed is nog erg klein op het label. Alleen wanneer je op de grens van een volgende label-waardering zit kan het de moeite zijn om hier naar te laten kijken. Wel zal er opnieuw iemand moeten langskomen om dit te inspecteren.
Het energielabel is onafhankelijk van persoonlijke invloeden. In de NTA 8800-norm, waarop de ISSO 82.1 is gebaseerd, wordt er gerekend met standaard binnen- en buiten temperaturen. De standaard binnentemperatuur is overdag vastgesteld op 20°C en ’s nachts op 15°C met een gemiddelde buitentemperatuur van 10,2°C. Het maakt dus niet uit of je in de winter 3 maanden de zon opzoekt, of je met de deuren open stookt en dat je het fijn vind om veel te ventileren. Maar ook als je juist heel bewust alle binnendeuren dicht houdt of de verwarming een graadje lager zet: de berekeningen zijn onafhankelijk van de gebruiker en gebaseerd op standaard temperatuurberekeningen.
In de praktijk kan het natuurlijk zijn dat de buren bijna nooit de verwarming aan hebben of het hele jaar op vakantie zijn. Voor je energieverlies naar de buren is dat vervelend (maar wel lekker rustig natuurlijk), maar de berekeningen houden hier geen rekening mee, het is namelijk een gebruikers-onafhankelijke berekening. Het kan ook zomaar zijn dat er iemand komt wonen die altijd de verwarming op 25°C zet. Dit soort variaties zijn gebruiker-afhankelijk en tellen dus niet mee.
De term forfaitaire waarde staat voor een vooraf bepaalde waarde en is bij een energielabel vaak een minimale aanname. Als de isolatiewaarde van het dak onbekend is, zal er gekeken worden welke isolatiedikte minimaal werd toegepast in een bepaalde periode. Met name bij dakisolatie wordt dit regelmatig toegepast, omdat isolatiedikte van een dak vaak niet te meten is zonder het dak te beschadigen.
De online BAG Viewer is een online platform waar de openbare gegevens van woningen en overige panden te zien zijn. Dit kan handig zijn als je wilt weten wat het gebruiksoppervlakte is van een pand, of dat er meerdere panden op een enkel adres geregistreerd zijn. Een energielabel is altijd gekoppeld aan een enkel adres. Het Kadaster is verantwoordelijk voor het bijhouden van deze gegevens.